De eerste maanden van Chantal

Ik herinner me als de dag van gisteren hoe fijn de kraamdagen waren. Wat kregen we een aanloop en bezoek. Wat een feest al die felicitatiekaarten.
Wat was iedereen blij voor ons.

En wij … wij waren ouders vanaf de eerste minuut. Ongelofelijk hoe dit onverwachte “cadeau” zo vanzelfsprekend bij ons hoorde. Twintig jaar jong en moeder, het besef dat leeftijd geen rol speelt.
Moeder ben je vanaf het moment dat je je eigen kindje gebaard hebt.

Een kraamverzorgster uit duizenden die zorgde dat ik s middags een middagdutje moest doen. Altijd werd ik gewekt met een gezellig opgemaakt schaaltje fruit. Mooi om deze specifieke dingen te herinneren.
Alsof de wereld stilstaat. er telt maar één ding. Het nieuws, de kranten het is even een totaal andere wereld. Tien dagen ervaren als één groot feest. Wie het nou wel of niet wilde horen, in geuren en kleuren met alle details vertelde ik vol enthousiasme hoe de bevalling gegaan was.Steeds opnieuw en het is toch ook werkelijk een wonder? De geboorte van je eigen kind.

Chantal was een voorbeeldige baby, alleen ging het flesje drinken soms wat moeilijk. De weken verstreken. Alles draaide om onze kleine Chantal.
Wat een mooi meisje met haar blonde haartjes.

Niets heerlijker dan met de kinderwagen een blokje om te gaan. Iedere jonge ouder herkent het gevoel van trots zijn. Nergens anders meer over willen praten. Nooit uitgepraat raken over onze Chantal.

s’Avonds nog vele keren even bij t wiegje kijken. Slapend als een roosje. Een grotere liefde bestaat niet.De nachten dat je met liefde de fles geeft en gewoon nog even langer in de stilte van de nacht je meisje tegen je aanhoudt.Gevoel van samen, gevoel van enorme verbondenheid.
In het groene “groeiboekje”hield ik keurig bij hoeveel Chantal dronk en wanneer ze t eerste fruithapje kreeg.Het boekje wat je op het consultatiebureau liet zien.

Het “groeiboekje”

Tot de dag aanbreekt en ik veel te snel weer aan het werk moet. Door een te snelle schildklier en toch ietwat vreemde zwangerschap kreeg ik twee weken extra zwangerschapsverlof. Groot voordeel dat ik geen kilo teveel meer woog. Wel een jodiumslok kreeg en medicatie.

Ik was al even bezig om alvast in het ritme te komen want ik wilde Chantal s ochtends zelf in bad doen en t eerste flesje geven.
Dat de wekker om 5.30 uur ging was helemaal geen probleem. Ik stond graag op voor mijn meisje.De geur na het badje kan ik me nog altijd voor de geest halen. Dan heerlijk tegen mij aan en genieten in het donker van de vroege winterochtend het flesje geven en vooral veel knuffelen.

Dan breekt toch echt mijn eerste werkdag aan, mijn toenmalige partner zat in de vorstverlet.Dat ik zou blijven werken was geen discussie tevens een must omdat de onzekerheid van wel, geen werk te groot was bij mijn partner.

Voor mij een rustgevende gedachte dat hij de hele dag thuis was. Mocht hij moeten werken dan zou mijn moeder komen oppassen. Alles goed geregeld. Na vele kusjes en knuffels de jas aan en mijn fiets pakken.

Ik kan niet uitleggen hoe moeilijk ik dat moment vond. Ik bleef drentelen, nog weer naar binnen, en dan toch echt richting werk.Het Dagverblijf voor mensen met een verstandelijke handicap.
Op de fiets kwamen tranen, ik vond het zo vreselijk maar wist ook dat het niet anders kon.

Ik werkte als begeleidster, en ik was even vergeten dat ik fantastisch werk had, geweldige meelevende collega’s.
Ik kreeg alle ruimte mijn verhaal te doen, foto’s te laten zien.

Natuurlijk waren de mensen uit mijn eigen groep al op kraambezoek geweest.
Het was zo hartverwarmend want wederom kreeg ik gebreide sjaaltjes, pracht tekeningen, en ja daarom hou ik nog steeds zo van mensen met een verstandelijke handicap. Het hart op de tong.
Voelend aan mijn buik en ja de baby was er uit, dit accepteer je gewoon. Heerlijk wanneer er één zei “ja mooi jochie heb je nu” en even later “oeps een meisje is het he? ”

Ook van de andere groepen had ik vele cadeaus gekregen, een aantal collega’s waren ook op kraambezoek geweest.
Ons Dagverblijf had zes groepsruimtes waar in iedere groep acht tot tien mensen met een verstandelijke handicap dagopvang werd geboden . De groepsruimte was als een soort huiskamer met klein keukentje waar we onze eigen koffie en thee dronken. Tussen de middag gezamenlijk de broodmaaltijd nuttigden.
Buiten de groep waren er activiteiten op sportgebied,van tuinieren tot kaarsen maken, van handvaardigheid tot een kookactiviteit toe.Later zou ik zelf de activiteit tekenen en schilderen gaan opzetten.

De eerste dagen waren best moeilijk tevens ook heel warm. natuurlijk belde ik een paar keer per dag naar huis. Even horen dat alles goed ging.

Trotse Oma Brand

Trotse Oma Vos

De eerste dagen was ik zo blij wanneer de werkdag erop zat . De uren na werktijd werden gouden uurtjes.
Helaas ging het drinken met Chantal steeds vaker niet goed. We werden bezorgd. Intuïtief voelen dat er iets niet goed was en deze gedachten tegelijkertijd heel hard wegduwen.
Steeds vaker toch huisartsen laten komen en ik hoor het ze nog zeggen “Jonge overbezorgde ouders”. Overbezorgd waren we en helaas niet onterecht.

Wanneer het was weet ik niet meer precies. Ik gaf Chantal haar flesje en ineens wordt één kant van het lichaam heel erg rood en de andere helft spierwit. Zo eng en verontrustend.
Zo schrikken… zo weten , er is echt iets niet goed.Weer huisarts gebeld, zodra het weer gebeurde moest ik bellen. Dit voorval gebeurde niet weer, tenminste niet zo extreem als die keer.

Ik bleef werken maar steeds vaker zagen we dingen die niet klopten maar vooral niet wilden zien. Chantal voelde soms slapjes aan. Natuurlijk wilden we dit niet zien. Als iemand al een opmerking hierover maakte klapte ik dicht of werd boos.

Bizar waren de dromen van mijn ex partner. Hij droomde keer op keer dat Chantal haar kamertje in brand stond. Vloog dan het bed uit en nee niets aan de hand.Was dit een voorteken?

Mijn lievelingsopa, het jaar ervoor in juni overleden. Ik miste hem. De man waar ik altijd zo fijn mee kon praten. De man die altijd rustig bleef. Ook ik droomde en zag mijn Opa in mijn droom aan mijn bed zo ik hem kende, lange regenjas aan , hoed op, stok in de hand.
Ik hoorde hem zeggen “Meissie dit komp niet goed” ja in t dialect “Meisje dit komt niet goed”. Ik wilde de droom vergeten maar vergeten ben ik deze droom nooit. Opa waarschuwde me, zoals hij me altijd beschermde en er voor ons de kleinkinderen was.

Chantal is drie en een halve maand wanneer we op het consultatiebureau komen en dit keer de kinderarts er zit.
Alle controles worden gedaan en ik zie de beste man steeds bedenkelijker kijken.

Hij verteld dat Chantal te slap is. Er worden afspraken gemaakt dat er bloed geprikt moet worden en bij hem op de poli de uitslag krijgen. We komen thuis , stil, overrompeld en vooral bang. Hopen dat het allemaal mee zal vallen.Hoop die bij de eerste uitslag vervliegt in een waas van onzekerheid en verdriet.

De bewuste dag van de uitslag zijn wij als ouders heel gespannen.Oftewel strak van de zenuwen. Niet voor niets. Het was onrustig in de kamer van de kinderarts.De secretaresse drentelde heen en weer met dossiers in haar armen, de pumps die ze droeg tikten irritant. Eén van ons kreeg geen stoel , het was een vreemd voorteken.

We kregen te horen dat inderdaad het bloed niet goed was . We er rekening mee moesten houden dat Chantal in een rolstoel terecht zou komen. Pats boem, verpletterend overviel het ons. Een zeer kundige kinderarts maar de manier waarop het ons verteld werd deed denken aan een offerte van een nieuw meubelstuk.

Mijn partner vliegt de kamer uit en krijgt een enorme hyperventilatie aanval bij een van de toiletten.

Het dringt niet meer door wat er wel niet gezegd wordt. We worden met halve boodschappen naar huis gestuurd.
Een dag , twee dagen gingen voorbij en mijn moeder stappen ondernam door de huisarts te bellen.
Wij als ouders waren de weg kwijt , niet wetende waar we aan toe waren, wat er ging gebeuren.
De huisarts kwam en besloot Chantal op te laten nemen.

Zo kwam Chantal in het ziekenhuis van Meppel. Dat kleine meisje ons meisje in een veel te groot ledikant, een ziekenhuisbedje.
De wereld draai nog maar om een ding , ons kindje .Ze mag niet ziek zijn. We houden zo intens van haar.

We zijn van s ochtends vroeg tot s avonds laat bij Chantal.Familie komt op bezoek maar eigenlijk willen we zo min mogelijk visite. Onze ouders, naaste familie en een paar vriendinnen. Niet ineens mensen die we amper zagen.Zelfs familie die nog niet geweest was dachten nu te moeten komen als een verlaat kraambezoek.

Misschien totaal onbelangrijk maar ik kon er zo slecht tegen, als een oermoeder was Chantal van mij, van ons. Omringd in haar ziekenhuisbedje met knuffels en het boekje “Bollie tuf tuf”haar eerste boekje met alleen nog plaatjes.

Na vele onderzoeken blijkt al snel dat ook t hartje niet goed is. Als ouders stort je in, kun en wil je niet geloven dat ze nog ernstiger ziek is dan we hadden durven denken. Na een zeer emotioneel gesprek wordt besloten dat Chantal naar het Academisch ziekenhuis in Groningen gaat.

Dit moment blijft onuitwisbaar want als moeder,als vader weten we …. maar wil je t niet weten , ons kindje is heel erg ziek. Ons kindje gaat naar Groningen en diep in ons hart weten we dat ze nooit meer thuis zal komen.

Daar willen we niet aan denken.Hoop is waar we ons aan vastklampen….Hoop waardoor je het gaat volhouden en blijft volhouden, loodzware maanden volgen …Volgende week vertel ik over de periode in het Academisch Ziekenhuis (Nu UMC) te Groningen

Jet